Artikel 6 – Airsoftapparaten & FPS
1. Airsoftapparaten zijn voorwerpen welke een sprekende gelijkenis vertoont met wapens en kleine biologisch
afbreekbare balletjes (BB’s) afschiet van 6 (zes) millimeter met een maximale mondingsenergie van drie en vijf
tiende (3,5) Joules.

2. Het richten van een Airsoftapparaat voor- tijdens en na een evenement op niet veilige doelen is verboden. Hierbij
valt te denken aan bijvoorbeeld, maar is niet limitatief tot: toeschouwers, marshalls, organisatoren, dieren, vogels,
voertuigen welke geen deelname hebben aan het evenement of UAV’s.

3. De maximale mondingssnelheid (Feet Per Second) tijdens reënactment zijn als volgt:
– In CQB mag alleen Single geschoten worden met een FPS van 360.
a. Alle apparaten met full auto mogelijkheden: max. 360 Fps
b. Alle apparaten met enkel single shot mogelijkheden: max. 360 Fps in CQB
c. Alle apparaten met ‘Bolt-Action’ of S-AEG met minimaal 2 seconden ingebouwde vertraging mogelijkheden:
max. 500 Fps (SNIPERS VERBODEN IN CQB)
d. Alle airsoftapparaten welke niet vallen onder bovengenoemde categorieën: 360 fps

4. De maximale mondingssnelheid (Feet Per Second) tijdens IAPS schieten is als volgt:
a. Alle airsoftapparaten: max. 500 FPS

5. De maximale mondingssnelheid (Feet Per Second) tijdens kaart schieten is als volgt:
a. Alle airsoftapparaten: max. 615 FPS

6. Bovenstaande FPS-limieten gelden voor BB’s met een gewicht van 0,20 gram.

7. Een FPS meting geschied door het afschieten van één (1) projectiel door de meetinstallatie (FPS meter). Er kunnen meerdere metingen plaatsvinden om een gemiddelde mondingssnelheid te bepalen.

8. Bij alle FPS-metingen dienen BB’s met een gewicht van 0,20 gram te worden gebruikt.

9. Bij alle FPS-metingen dienen de BB’s te worden aangeleverd door de organisator teneinde afwijkingen van het
gewicht te voorkomen.

10. Bovenstaande FPS-limieten zijn de absolute bovengrens. Bij constatering van een hogere FPS dan toegestaan, dient de deelnemer óf het airsoftapparaat zo aan te passen dat de limiet niet overschreden wordt óf hij/zij mag geen gebruik maken van het airsoftapparaat. Hiervoor mag de HOPUP echter niet gebruikt worden. De HOPUP dient voor het veranderen van de BB-baan en niet voor het omlaag brengen van de FPS.

11. Deelnemers aan evenementen zijn verplicht alvorens een airsoftapparaat te gebruiken deze te testen middels een chronometer (FPS) op een testbaan (zoals aangegeven in artikel 2.4), waarbij de organisator en de marshalls een controlerende functie uitoefenen.

12. Alle aanwezige, te gebruiken en gebruikte airsoftapparaten kunnen te allen tijde aan een FPS-test worden onderworpen en/of kunnen door de organisatie geweigerd worden.

13. De minimale schiet afstanden tijdens reënactment zijn als volgt:
a. Alle apparaten met full auto mogelijkheden: 5 meter
b. Alle apparaten met enkel single shot mogelijkheden: 15 meter
c. Alle apparaten met ‘Bolt-Action’ mogelijkheden: 15 meter
14. Binnen de in lid 13 genoemde afstanden kunnen spelers de tegenstander buitenspel stellen door:
a. De tegenstander aan te wijzen met een airsoftapparaat en ‘PANG’ te roepen
b. De tegenstander aan te raken en ‘KNIFE KILL’ op zachte toon te spreken
Spelers met een apparaat uit de 500 FPS categorie, mogen tussen de 15 en de 5 meter niet schieten of ‘PANG’ roepen. Deze spelers moeten hier overschakelen op een ander apparaat of de afstand tot de tegenstander tot binnen 5 meter brengen (de zogenaamde ‘PANG afstand’).